Help! Een lekenpraatje geven: hoe moet dat?
- geplaatst door Anne in
- Algemeen
- 20-07-2026
Je hebt jarenlang ingewikkeld onderzoek gedaan en nu is het af. Je manuscript is ingeleverd bij de leescommissie en je bent bezig met de laatste voorbereidingen voor de dag van je promotie.
Er is nog zoveel te doen: je feest, je kleding, wie je uitnodigt, je paranimfen en… je lekenpraatje.
Soms voelt de voorbereiding van dat lekenpraatje als zwemmen in een diepe oceaan. Waar begin je? Hoe leg je jouw complexe onderzoek uit aan familie en vrienden? Voor je het weet heb je het gevoel dat je verdrinkt in de details of radeloos zit te watertrappelen op de plaats.
Maar geen paniek: het is simpel en het mag ook simpel.
De valkuil van het minicollege
De valkuil van veel promovendi is om een klein minicollege in elkaar te schroeven. “In hoofdstuk 1 deed ik dit, in hoofdstuk 2 vertel ik dat…” Met lekker veel grafieken, data en cijfers erbij, want je wilt immers zo compleet mogelijk zijn. Je hebt gedegen onderzoek gedaan en daar vertel je graag over. Misschien voel je ook de druk van je promotor dat het een ‘zeker wetenschappelijk gehalte’ moet hebben.
En dat is nu juist niet zo. Je mag echt in heel eenvoudige woorden vertellen over je onderzoek. Ik noem het vaak het Klokhuis-niveau.
- Je hoeft niet compleet te zijn.
- Het mag simpel: in gewone taal kun je heel veel overbrengen.
- Je hoeft niet te zeggen: “73% van de respondenten gaf aan dat er een significant verschil was.” Je kunt rustig zeggen: “Meer dan de helft zei dat er een verschil was.”
- Je hoeft geen ingewikkelde grafieken of statistieken te laten zien.
- Vertel over de mensen, de patiënten of de proefpersonen.
Dit is wat je publiek vooral wil weten:
- Wat was je onderzoeksvraag?
- Hoe heb je dat onderzocht?
- Wat is eruit gekomen en wat kunnen we ermee?
Samen aan de slag bij De Spreekstudio
Wil je niet verdrinken in de voorbereiding? Bij De Spreekstudio denk ik graag met je mee over:
- Je intentie: Wat kom je in wezen doen? Welk werkwoord past het beste bij jouw praatje? Inspireren, activeren, jezelf profileren….Niet informeren toch? Want dat is saai.
- De vorm: Heb je 10 of 15 minuten? Ga je wel of niet achter die katheder staan? Ga je rondlopen? Mag het publiek iets ervaren, voelen of meedoen? Ga je werken met spreekkaartjes (ik raad het je van harte aan), neem je een voorwerp mee om te laten zien, of gebruik je toch PowerPoint? En wat wordt de structuur van je praatje? Welke drieslag kies je (zoals Vroeger – Nu – Toekomst of Wat – Hoe – Wat)? Is er ruimte voor verhalen, casussen of humor? En krijgen je paranimfen nog een rol?
- Je publiek: Wie zitten er allemaal in de zaal? Hoe kun je ze betrekken, aanspreken en actief mee laten doen? Hoe hef je de ‘eenzaamheid op het podium’ op door van dit unieke moment een echt gesprek over je onderzoek te maken? Zo vertel je het verhaal echt samen met je publiek.
Als dit allemaal staat gaan we samen oefenen. Hardop. En we gaan veel spraakberichten naar elkaar sturen. Heen en weer.
Wil je uitwisselen over jouw lekenpraatje? Bel of mail mij gerust dan kijken we hoe ik je kan helpen of enkele zwemboeien kan toewerpen.