Do’s en don’ts over storytelling

In de fijnste colleges worden verhalen verteld uit de praktijk. De leukste vaders en moeders verzinnen zelf sprookjes, op de rand van je bed. Bij het afwassen vragen mijn pubers me soms nog: ‘Mam, vertel nog eens dat verhaal van …’

Al jaren is storytelling een kleurrijk onderdeel van onze trainingen. Als je een speech of presentatie begint met een actueel of beeldend verhaal, dan spreek je het publiek meteen aan. Vanuit een gevoel ontstaat bereidheid om te luisteren.

Maar pas op! Storytelling is hip en het wordt te pas en vooral ook te onpas gebruikt.

Niet te vaak. Doseer. Luister wat de vorige sprekers op het congres gezegd hebben. Misschien wordt het flauw als jij ook nog aankomt met je “Ik zat vanmorgen in de trein…” Varieer. Soms kies je een citaat, soms wapper je met een krant of start je meteen met een verhaaltje van Toon Tellegen.

Niet te lang. Het is eventjes verfrissend als je het publiek op een ander been zet. Maar na een paar zinnen willen ze naar het verlossende bruggetje geleid worden, want de interesse in je verhaal is gewekt. Het is mooi als je aan het einde van je verhaal terugkomt op je kleine verhaal van het begin. Zo maak je het rond.

Niet jokken. Natuurlijk mag je het een beetje groter maken. Geef de zielige meneer een sip gezicht en een donkerblauwe pyjama aan. Betrek er een geur bij of een gevoel. Prikkel de zintuigen van het publiek. Maar jok niet. Vertellen dat je ergens was terwijl het niet zo is…

Niet aankondigen. Steek meteen van wal. Zeg niet iets als ‘Ik ga jullie meenemen in het volgende verhaal…’ of ‘Stel je eens voor…’ of ‘Heb je ook wel eens meegemaakt…’ Nee! Begin meteen en stort het verhaal – na een mooie stilte waarin je bent aangekomen – over je publiek heen!

Niet voorlezen. Storytelling doe je uit je hoofd. Je ziet het voor je. Je kijkt het publiek aan en brengt ze op een andere luisterlaag. De mensen hangen meteen aan je lippen.

Niet in de tweede persoon, want dat schept afstand. ‘Je loopt over de dijk en denkt… Nee! Vertel het uit jezelf. Noem het woordje ik. Of kies voor de derde persoon en omschrijf die persoon en wissel daarna naar jou/ik

Wil je storytelling gebruiken in jouw manier van presenteren? Je bent van harte welkom in een van onze trainingen of masterclasses.

Lees ook

featured-image
Wendy met haar paranimfen: zoon & vader
“De inhoud volgt de vorm”

In gesprek met Wendy over haar verdediging en lekenpraatje Hoe kijk je terug op de dag van je promotie? Had jij de regie, of overkwam het je? “Door onze gezamenlijke voorbereiding kreeg ik echt een gevoel van regie. Jij zei: “De mooie dingen uit je onderzoek die je sowieso wil vertellen: maak daar A4’tjes van […]

lees verder
featured-image
foto: patricia rehe
Poneren met je stem

Dat overtuigt en stelt gerust Zet een duidelijke punt door een simpele afbuiging met je stem naar beneden. Probeer het maar eens het doet wonderen. Een zaal vol mensen. De avond wordt ingeleid door een vriendelijke vrouw met een gulle lach. Ze heeft er duidelijk zin in en ze heet ons allemaal welkom. Voor de […]

lees verder
Hoe vertel jij? Zeg ik, zeg jij?

Hij zei, zegt zij, had zij gezegd, zeg ik. Ik zeg: ik ben al lang op zoek naar hoe deze verteltrant heet en hoe het toch komt dat mensen zó vertellen zeg ik. Wat zeg jij? 1. omdat héél veel mensen zo vertellen2. omdat mensen graag woordelijk willen vertellen wat de ander gezegd heeft3. om […]

lees verder