“De inhoud volgt de vorm”
- geplaatst door Anne in
- Algemeen & Promoveren
- 03-09-2026
In gesprek met Wendy over haar verdediging en lekenpraatje
Hoe kijk je terug op de dag van je promotie? Had jij de regie, of overkwam het je?
“Door onze gezamenlijke voorbereiding kreeg ik echt een gevoel van regie. Jij zei: “De mooie dingen uit je onderzoek die je sowieso wil vertellen: maak daar A4’tjes van en bedenk alvast wat je daarover wil zeggen. Als er dan een vraag komt die in de richting gaat van één van die onderwerpen, kun je putten uit die voorbereide antwoorden”.
Jouw tip was om 5 A4’tjes te maken, maar ik had er uiteindelijk wel 20!! En die heb ik lopend geoefend in de tuin. Dat heeft mij erg geholpen. Daardoor had ik duidelijker op mijn netvlies: Hier weet ik echt wat van en dit is leuk om te vertellen, dat gaf mij veel zelfvertrouwen tijdens de verdediging.”
En je lekenpraatje, hoe heb je dat ervaren?
“Het lekenpraatje was het onderdeel waar ik een paar weken van tevoren al zin in had. Omdat het uiteindelijk een praatje was geworden dat dicht bij mijzelf lag en waar ik ook trots op was. Ik vond het een mooi verhaal geworden met een kop en een staart en genoeg persoonlijke elementen. Alle belangrijke dingen zaten erin en het publiek werd er bij betrokken. Er zaten vragen of retorische vragen in waar mensen over konden nadenken.
Een paar dagen voor 23 april kreeg ik ook zin in het hele gebeuren, wat ik helemaal niet had verwacht. Mijn zin in het lekenpraatje werd een soort vehikel waarop de rest van de dag kon aanhaken.
Tijdens het praatje voelde ik ook in de zaal dat mijn verhaal aankwam, dat mensen het mooi vonden en dat het ze raakte.
Hoe waren de reacties achteraf op het lekenpraatje?
“Van verschillende collega’s hoorde ik: “Wat bijzonder dat je het zonder PowerPoint durfde te doen.” Ze vonden het ook juist mooi om meegenomen te worden in een verhaal zonder afgeleid te worden door plaatjes.
Van een aantal vriendinnen hoorde ik dat ze erdoor ontroerd waren, omdat het veel opriep over dingen die in hun eigen familie speelden.
Je hebt het ook echt persoonlijk gemaakt, onder andere door te starten en te eindigen met je tante en kunstenares Auk, maar ook door te benoemen waar je trots op was of wat je moeilijk vond.
“Dat vond ik een hele goede tip van jou, om echt ‘ik’ te zeggen. Om te benoemen waar ik zelf verrast over was of wat ik bijzonder vond. Dat is een heel goed advies dat ik nu bijvoorbeeld bij een symposium ook weer heb gebruikt.
Jouw coaching ging natuurlijk specifiek over mijn promotie, maar veel van jouw tips zijn veel breder inzetbaar. Ik heb na mijn promotie nog een paar praatjes gehouden, en daar heb ik steeds weer dingen toegepast die ik van jou heb geleerd.”
Waar denk je dan aan?
“Nou, bij dat symposium heb ik bijvoorbeeld gezegd dat ik zelf erg benieuwd was naar iets wat mensen in interviews hadden gezegd en dat ik daar verder onderzoek naar had gedaan. Dat is echt een voortvloeisel van jouw coaching. Het grappige is dat mensen daar later over zeiden: “Je hebt ons echt meegenomen in jouw nieuwsgierigheid.” Het is een leuke manier om, ook in een wetenschappelijk praatje, je boodschap over te brengen. Mensen gaan er voor rechtop zitten.”
We hadden ook een sessie tijdens die online oefenochtend (OOO) die wat minder ging. Toen hebben we gezegd: we doen er nog een. Wat gebeurde er toen in je hoofd?
“Er vond toen wel een shift in mijn hoofd plaats. Ik dacht: ik moet wel ook echt in mijn eigen verhaal geloven. Wat ik van jou heb geleerd, is spreken in blokjes: zeg een paar zinnen, zet een punt, wees even stil en begin een nieuw stukje. Bij die eerste oefenochtend zette ik nog veel komma’s. Ik was bang dat ik mijn punt kwijtraakte en bleef daarom maar eindeloos doorpraten.
Na die sessie dacht ik: het is niet alleen dat ik het spannend vind, ik ben ook onzeker over mijn eigen verhaal. Er is overal wel iets op af te dingen maar in the end moet ik gewoon staan achter wat ik heb gedaan. Er zijn veel dingen uit mijn onderzoek waar ik eigenlijk heel trots op ben. Daar moest ik even wat knoppen voor omzetten in mijn hoofd.”
Had je die tegenwoordigheid van geest ook tijdens het beantwoorden van de vragen in de discussie?
“Ja, dat is vanaf die tweede sessie gaan groeien en dat wilde ik vasthouden. Jouw slogan is natuurlijk: de inhoud volgt de vorm. Dat de vorm leidend is voor de inhoud, was een nieuw inzicht voor mij. Ik had houvast aan het oefenen, om tijdens het praten een punt zetten en even stil te zijn. Daardoor komt er een bepaalde rust en groeit het zelfvertrouwen.”
En hoe ging het bepalen van het tempo en de controle tijdens de verdediging zelf?
“Ik was nerveus voor het moment tussen het lekenpraatje en het beginnen van de vragen. Daar had ik me echt op voorbereid: rustig ademen, met mijn voeten stevig op de grond staan en denken: in principe weet ik het wel, en als ik het niet weet, zeg ik dat ik even moet nadenken.
Bij elke vraag heb ik in het begin meegeschreven. Daardoor kun je je focussen op wat er gezegd wordt, in plaats van dat je hoofd alle kanten op vliegt. Op een gegeven moment raakte ik zo in de flow dat ik het niet meer mee hoefde te schrijven, maar in het begin was dat heel fijn.”
Je had je vader en je zoon als paranimfen naast je staan. Dat heb ik nog nooit meegemaakt en noem ik nu ook steeds als voorbeeld aan anderen! Hoe vond jij dat?
“Ik dacht van tevoren al wel: dit is heel mooi. Maar op de dag zelf vond ik het nog veel mooier dan ik had verwacht. En ik vond de reacties erop ook erg leuk. Mensen vonden het bijzonder om zo die drie generaties op een rijtje te zien staan. Het paste bovendien heel goed bij het onderwerp.
Je paranimfen staan daar ook echt om je tot steun te zijn, en zo heb ik dat ook gevoeld. Meer liefde naast je hebben kan bijna niet.”
Je jongste zoon en paranimf keek ook de hele tijd zo trots naar je
“Mijn jongste zusje zei na afloop ook: ‘Ik heb onafgebroken naar Jonas gekeken, want aan zijn gezicht zag ik precies wat ik ook voelde.’ Eerst even wat spanning als er een vraag kwam, en dan: ‘Oh, ze weet het, ze weet het!’ En dan zo’n knik van: ja, dit is echt een goed antwoord. Zo leuk.”
En je lekenpraatje heb je van tevoren onder de pet gehouden, hè? Dat heb je tijdens de proefpromotie niet geoefend met je collega’s.
“Klopt, ik heb het niet gedaan tijdens de proefpromotie en ik heb daar ook totaal geen weerstand op ervaren. Ik had aan mijn hoofdpromotor in grote lijnen verteld waar het over ging en zij was helemaal akkoord. Dat er geen PowerPoint was, vond ze ook prima. Ik had natuurlijk wel echt een heel lief begeleidingsteam; ik hoor wel eens van anderen dat promotoren er erg bovenop zitten en dat het lekenpraatje heel “academisch” moet.
Hoe heb jij onze samenwerking en de coaching beleefd?
“Ik vond het heel fijn om met jou samen te werken. Ik had het effect van de coaching niet zó groot verwacht; het was zo concreet, en dat past erg goed bij mij.
Wat ik mooi vind aan jouw manier van coachen, is dat je op een natuurlijke manier heel bemoedigend en positief bent. Tegelijkertijd betekende dat niet dat jij alles wat ik deed per definitie goed vond. Dan zou je er ook bijzonder weinig aan hebben. Na die mindere oefensessie was je best wel eerlijk: ‘Je bent er nog niet, er moet nog wel wat gebeuren.’ Je was ook meteen duidelijk in wát er dan beter kon.
Het oefenen in punten zetten, het laten zakken van mijn stem aan het einde van een zin om gewicht te geven aan mijn woorden, stil durven zijn, minder ‘uhhh’ zeggen door mijn lippen op elkaar te houden…Dat zijn super concrete dingen die mij heel erg hebben geholpen.
Jij moedigt niet alleen aan vanaf de zijlijn, maar zoekt echt de samenwerking om het beter maken.”